BV Beja speelt elk jaar een onderlinge libre competitie waar alle leden aan deelnemen, deze competitie loopt over circa 34 weken van september tot mei.
(vlnr) Frans van Mook, Leo de Wijs en Marcel van Hooije
In cultureel centrum De Mayboom in Made is gisterochtend het Mayboom 3-banden toernooi van start gegaan.
De biljartwedstrijd duurt nog tot en met vrijdag 1 februari. Wedstrijdleider Marcel van Hooije: “We hebben 176 deelnemers. Zij zijn verdeeld over zes klassen en spelen ieder drie wedstrijden. Na twee weken blijft de helft van de biljarters over. In de tweede ronde is er een knock-out systeem.”
Het is de zeventiende keer dat het toernooi gehouden wordt.
(vlnr) Frans van Mook, Leo de Wijs en Marcel van Hooije
Wie in Made een toernooitje wil driebanden moet opschieten. Het 17e Mayboom 3-Banden toernooi is nagenoeg volgeboekt. En dat al ruim voor de sluitingstermijn van 30 november.
Het inschrijfgeld bedraagt 5 euro, niet terug vorderbaar en direct te betalen, waarschuwt het papierwerk vooraf. “Al jaren zitten we op ons maximum van 176 deelnemers”, meldt een trotse Marcel van Hooije in Zeeuws- Vlaamse tongval. Dertig jaar terug drijft de liefde hem naar Made. “Ik begin de mensen hier te kennen”, zegt hij. “En wij hem ook”, benadrukken Leo de Wijs en Frans van Mook met ondeugende blik. Ook zij zijn woordvoerders van een ruim organisatiecomité. Deelnemen aan het toernooi gaat overigens niet zomaar. “Alleen biljarters die niet meer aan het arbeidsproces deelnemen, zijn welkom”, zegt het drietal.
Is dat om jonge toptalenten buiten de deur te houden? “Nee”, luidt het antwoord. “Er wordt hier straks twee weken lang overdag gespeeld en met een vol rooster, totaal zo’n 362 partijen, kan er ’s avonds niet worden ingehaald. “Bij de warme pot weer thuis en in het weekend vrij,” is volgens Van Hooije het motto. “Om gedonder te voorkomen.” De inmiddels overleden Goof de Wijs en Gerard van Rijthoven begonnen het evenement zeventien jaar geleden. Inmiddels is het toernooi in Made uitgegroeid tot een begrip en bijna altijd is het de burgemeester die na de finaledag de prijzen uitreikt. “Geldprijzen”, meldt De Wijs. “Maar stel je er niet teveel van voor. Rijk word je er niet van. Verstandig is het eerst de enveloppe te openen, voordat de gelukkige een ‘dodelijk’ rondje geeft. Nee, hier is het biljarten voor de eer, én fanatiek, dat kan ik je verzekeren.”
In De Mayboom, waar ooit een nonnenklooster stond, worden binnenkort in hoofd- en bijzalen de nodige biljarts geplaatst. “Geen grote wedstrijdtafels, maar groene lakentjes in cafémaat”, zegt Van Hooije. “We wandelen niet graag in het bos.” De nonnen worden vertegenwoordigd door twee dames, waaronder ‘vrouwke Backx’ uit Chaam. “Een vaste deelneemster”, verzekeren de drie. Verder doet er ook nog een Belg uit Oostmalle mee, waarmee het internationale tintje is verzekerd. Van Mook: “Deelname is er uit heel West Brabant, een regio waar het driebanden nog in ere wordt gehouden.” De organisatie kijkt dankbaar naar de sponsors, die het evenement quitte laten draaien. Van Hooije: “Het programmaboekje, de zaalhuur, de tafels, noem maar op. Allemaal kosten, die van 5 euro inschrijfgeld en een aangesmeerd loterijtje niet kunnen worden betaald.”
Begin december, pal na sluiting van inschrijving, komt ook de bingomolen naar De Mayboom. De drie woordvoerders: “Dan wordt er in zes klassen openbaar geloot voor de poule-indeling.” Want transparant wil de organisatie zijn.
‘Met een klein AOW’tje kun je geen sociaal leven bekostigen’
De Zwaluwse ouderen zitten niet achter de geraniums. Al meer dan dertig jaar lang komen ze elke middag samen in hun dorpshuis. Het succes van het inloophuis voor ouderen schuilt in de actieve vrijwilligers, zelf ook 65-plus. ‘Er is een grotere behoefte samen te zijn. Dat heeft misschien wel te maken met de slechte financiële situatie van veel ouderen.’
Inloophuis Den Domp bestaat al vanaf 1976, sinds een wethouder zich sterk heeft gemaakt voor een eigen plek voor ouderen in het dorp. Lage Zwaluwe heeft, net als de vijf omliggende dorpen die samengevoegd zijn in één gemeente: Drimmelen (Brabant), bovengemiddeld veel ouderen. Het oude schoolgebouw is een centrum van activiteit voor de senioren. Elke middag is er iets te doen, biljarten, handwerken, cursussen, kaartje leggen en meer. De Stichting Welzijn Ouderen van de gemeente Drimmelen ondersteunt het in-loophuis – ook in twee andere dorpen. In Lage Zwaluwe zijn de ouderen zelfvoorzienend: ‘We hebben alles zelf in de hand, kopen koffie en eten goedkoop in bij de supermarkt. En met een actieve club vrijwilligers organiseren we hier de boel,’ zegt Jan Luijten, voorzitter van de activiteitencommissie en actief in Den Domp vanaf het eerste uur.
Biljart en handwerk
In Den Domp is de activiteitenmiddag begonnen. De twee biljarttafels zijn populair bij de mannen. Een clubje zit te kaarten: rikken, zoiets als klaverjassen, maar dan in het zuidelijke deel van Nederland.
Aan een tafel zitten drie vrouwen te handwerken. Met onvermoede precisie knippen en plakken ze onderdeeltjes van plaatjes op een kaart. Het eindproduct is een driedimensionale ansichtkaart. Voor feesten en partijen: ‘Mijn dochter is 25 jaar getrouwd, daar maak ik deze kaart met rozen voor,’ zegt een mevrouw.
Activiteitenvoorzitter Jan Luijten legt uit hoe de biljartcompetitie in de regio Drimmelen werkt. Dit soort bijeenkomsten zijn ook belangrijk om het sociale leven van de senioren op de rails te houden, weet Jan Luijten als spin in het web van Den Domp. ‘Kijk, deze man, hij was drie jaar geleden opgegeven, kanker. Nu biljart hij elke week met ons, hij is er helemaal bovenop gekomen. Ik zie het zo vaak gebeuren. Mensen die opbloeien omdat ze aansluiting vinden in de activiteiten die ze kunnen doen. Laatst stond een man te springen van plezier voor zijn stoel, terwijl hij stijf en krom achter een rollater binnenkwam. Als je dat ziet, krijg je tranen in je ogen.’
Nauwe band
De senioren in Den Domp kennen elkaar allemaal. Uit het dorp, van de lagere school of omdat ze van jongs af buren zijn geweest, en hun ouders ook. De meesten zijn hier geboren en getogen. Je zou niet verwachten dat hier onder ouderen een gebrek aan sociale ontmoeting is. ‘De band tussen de mensen is nauwer dan in de stad,’ bevestigt Jan Luijten, ‘maar je moet ook een plek hebben om samen activiteiten te doen. Ik zie de laatste jaren het aantal deelnemers toenemen, de behoefte elkaar te ontmoeten is groter geworden. Dat heeft met de televisie te maken. De tv-programma’s zijn vooral op jongeren gericht.’ Jan Luijten denkt even na: ‘Het heeft ook te maken met de financiële situatie van mensen. Die is de laatste jaren echt slechter geworden. Ik doe vanuit de vakbond ook de belasting-aangifte voor mensen en ik zie dat veel meer 65-plussers maar afhankelijk zijn van alleen een klein AOW’tje. Dit is een arbeidersdorp, mensen hebben geen riant pensioen opgebouwd. In de gemeente zit 40 procent van de 65-plussers onder het minimuminkomen. Dan kan je geen uitgebreid sociaal leven met uitjes, reisjes en middagjes winkelen erop nahouden.’
‘Het inloophuis is voor mij de plek waar we samen kunnen komen,’ vindt Jan Luyten. Het is elke dag vol in Den Domp. ‘Je hoeft hier niet eenzaam te zijn, er is altijd wat te doen. Als ik niet meer uit de voeten kan, dan heb ik nog tijd zat om achter de geraniums te gaan zitten.’