Stany Buyle, geboren op 20 maart 1960 in België is een meer dan begenadigd biljarter die afkomstig is uit het Waasland. Deze streek ligt aan de Nederlandse grens nabij Hulst, Koewacht en diens meer. Hij speelde kader, bandstoten en libre, is zich later gaan toeleggen op het driebanden.
Hij houdt zich sedert jaren bezig met onderzoek naar het psychologische aspect bij biljarten.
In zijn boek “biljart speel je tussen de oren” behandelt hij uitvoerig zaken zoals concentratie, training, zelfhypnose, stressbeheersing, wedstrijdmentaliteit en materiaal.
De professionele spelers Amandus Staes en Peter de Backer verleenden hun medewerking respectievelijk in verband met artistiek biljart en golfbiljart.
Uitgeverij:
Taal: Nederlands
Jaar van uitgifte: 2002
Auteur: Stany Buyle
IBAN / EAN: 9781091711242
Het Basisprogramma bedient niet alleen de beginner maar ook de gevorderde spelers in de wereld van het carambol biljart. Ook de ervaren spelers kunnen hun vaardigheden en technieken verbeteren en controleren.
Systematisch worden door middel van verschillende effecten en oefeningen samen in combinatie gebracht. Een verzameling van oefeningen en trainings spelletjes brengt veel plezier in dit basis programma.
De uitslagen van de oefeningen kunnen geprotocoleerd worden en in de databank opgeslagen. Daardoor wordt uw vooruitgang in het spel meetbaar.
Op deze pagina vindt u een aantal biljart boeken in .pdf formaat, welke wij op het internet hebben gevonden, of welke ons door bezoekers zijn aangeboden, vandaar dat wij er vanuit gaan dat we deze ‘biljartboeken’ ook “vrij” mogen delen. Mocht u echter van mening zijn dat uw rechten of die van derden hiermee worden geschonden horen wij dit graag. Heeft u opmerkingen of aanvullingen, mail ons.
Boeken zonder link zijn nog onder bewerking en komen snel online!
Verder hebben we nog pagina LEZEN EN LEREN een aanrader!
De oorsprong van het biljartspel is in nevelen gehuld.
Het meest lijkt het nog op een amalgaam van verscheidene antieke en middeleeuwse balspelen die tijdens de Renaissance samenvloeiden tot een spel op een omrande tafel gespeeld met twee ivoren ballen voortgeslagen door houten biljartstokken.
Een spel voor koningen, koninginnen, de adel, edelmogende burgerheren en niet te vergeten de clerus en waarbij vaak zwaar werd gegokt. Het spel won snel terrein. Koffiehuizen, musico’s, sociëteiten, bierlokalen en tenslotte de grand-café’s schaften zich – om haar clientèle te behagen – in de I8e en 19e eeuw aanvankelijk een, later meerdere biljarttafels aan.
Cafeetjes en kroegen konden niet achterblijven. Niet in het minst gevoed door de vele demonstraties van professionele biljartspelers uit het binnenland en verre buitenlanden werd het biljarten populair bij de middenklasse en tenslotte de gewone werkman.
De opkomst van het verenigingsleven vanaf het eind van de 19e eeuw leidde tot de oprichting van vele biljartclubs, waar men zich met gelijkgestemden in de avonduren kon verpozen. Rijke verenigingen soms, veelal aangesloten bij de in 1911 opgerichte Nederlandse Biljartbond.
En voor de arbeiders waren er de armeluiclubjes, al of niet onderdeel uitmakend van plaatselijke categorale koepels. Het spel floreerde vooral in de vijftiger en zestiger jaren van de afgelopen eeuw, maar raakte de laatste decennia in de grote steden – en zeker Amsterdam – door vergrijzing en gebrek aan nieuwe aanwas langzaam in de versukkeling. De komst van het pool en snooker kon het tij niet keren.
Verenigingen werden opgeheven, archieven bij het grof vuil gezet. Hoogste tijd om ontstaan en ontwikkeling van het spel vast te leggen en voor het eerst in een ruimer verband te plaatsen.
Over de schrijver: Frans van Lingen (Amsterdam, 1948 -), zelf een telg uit een familie van schrijnwerkers en biljartmakers verzamelde gedurende twee decennia veel, bijna verloren gewaand archiefmateriaal en verwante parafernalia van meerdere Amsterdamse biljartverenigingen. Dit leidde tot een overzicht van het spel waarbij de nadruk niet alleen ligt op de bekende namen maar ook op de maatschappelijk – culturele context waarbinnen het spel werd en wordt gespeeld, en waarbij de hoofdstad lange tijd voor zichzelf een leidende rol opeiste. Hij is beheerder van het archief van de Amsterdamse biljartvereniging H.E.T.-E.Y (1922-) en de vereniging Insulinde (1911-). Onderdeel van dit archief is een unieke verzameling foto’s en biljartaffiches uit de twintiger en dertiger jaren van de afgelopen eeuw welke hier voor het eerst integraal worden getoond.
De serie Américaine houdt in: Een serie te maken langs de band en daarbij de ballen in een bepaalde positie trachten te houden, welke deze serie mogelijk maakt .
De linkshandige spelers spelen het biljart rond tegen de klok in en de rechthandige met de klok mee.
Bij de serie american denken we aan 3 basisstoten, die door de beginnende biljarter goed geoefend dienen te worden om niet na enige stoten uit positie te geraken.
Deze stoten zijn:
de drijfstoot
de klotsbal
de plaatsingsbal
Verder moeten we, om een juiste positie te behouden en de serie american niet te verbreken, denken aan de volgende punten:
De te bespelen ballen onder ±45 graden aan de band houden
Een van de ballen moet altijd ± één baldikte van de band afblijven
Zorg dat de speelbal achter de 2 te bespelen ballen blijft
Zorg dat de speelbal niet voorbij een van de twee aan te spellen ballen gaat.
De Drijfstoot
De Drijfstoot (±45 graden)
Dit is de ideale positie voor de serie américaine.
We spelen van bal 2 met zacht tempo waarbij we de keu rustig door de bal heen stoten zonder effect.
Hierbij opletten de keu niet terug halen na de stoot.
De Klotsbal – Serie Américaine
De Klotsbal
De ballen liggen nu uit positie en bal 2 ligt vast.
We plaatsen nu een trekstoot op de bal 2 en passeren dun bal 3.
De trekstoot moeten we goed laag in zetten waardoor bal 2 van de band af komt en zo de ballen weer in positie komen.
Om deze bal in positie te krijgen raken we de speelbaal boven in met links effect.
Door het linkse effect draait bal 2 met rechts effect naar bal 3 en wordt bij de band gedwongen door bal 1 welke, omdat wij deze bovenin raken meer loop-effect heeft en door de bal 2 iets naast het hart te raken (op de klots) volgt als resultaat dat de speelbal schuin naar bal 3 loopt en in positie komt.
De Plaatsingstoot
We hebben gezien, dat we de speelbal aan de buitenzijde van de te spelen ballen moeten houden, dat is in deze situatie niet het geval.
Om dit te verkrijgen kunnen we niet direct van bal 2 voorbij bal 3 spelen, daarom maken we eerst een plaatsingstoot waaruit we een klotsbal verkrijgen.