Hendricus Jacobus (Henk) Robijns (Nieuwer-Amstel, 17 november 1883 – Amsterdam, 15 oktober 1959) was een Nederlands biljarter. Hij was drievoudig wereldkampioen driebanden.
Robijns bekwaamde zich aanvankelijk in het kaderspel. In 1912 werd hij Nederlands kampioen tweede klasse kader 45/2, een jaar later herhaalde hij die prestatie in de eerste klasse. In 1928 switchte hij definitief naar het driebanden, waarin hij het jaar daarvoor al Nederlands kampioen was geworden. Met succes, want reeds in 1930 werd hij in Amsterdam gekroond tot wereldkampioen. Deze prestatie herhaalde hij in 1932 (Vichy) en 1933 (Caïro). Na zijn derde wereldkampioenschap trok hij zich uit de wedstrijdsport terug. Robijns was tussen 1927 en 1933 zeven maal op rij Nederlands kampioen in het driebanden.
Robijns was van beroep diamanthandelaar. Hij overleed in 1959 op 75-jarige leeftijd. Hij is begraven op Zorgvlied.
Geboren te Winschoten op 23 november 1882 – overleden te Arnhem op 4 oktober 1958.
Dommering was zoon van hotelhouder Berend Dommering (Winschoten 24 februari 1850 – Winschoten 20 november 1917) en Roelina Martha de Boer (Winschoten 22 juni 1852 – Winschoten 17 januari 1938) en groeide op in Winschoten. Van zijn vader leerde hij biljarten. Dommering volgde een opleiding tot hotelier in Duitsland en was vervolgens werkzaam in München, Genua, Nice en Oostende. Hij huwde in Winschoten op 5 april 1909 met Ettje Egbert Groeneveld (Winschoten 20 februari 1885 – Arnhem 28 juli 1953) en kregen een zoon en een dochter.
In 1907 opende hij Hotel Bristol in Arnhem.
Vanaf ongeveer 1910 nam Dommering deel aan nationale biljartwedstrijden. Hij kreeg lessen van de befaamde Belgische biljarter Ed Horemans. In 1920 veroverde hij zijn eerste Nederlandse kampioenschap in het ankerkader 45/2. In totaal behaalde Dommering tien nationale titels in deze discipline, de laatste in 1937. In 1925 was hij tevens Europees en wereldkampioen. Bij het wk in april 1925 in Parijs maakte hij een achterstand van 53 caramboles op de Belg Theo Moons goed. Bij terugkomst in zijn woonplaats Arnhem werd hij door duizenden plaatsgenoten verwelkomd. In 1927 maakte Dommering in een wedstrijd een kaderserie van 263, waarmee hij het wereldrecord van Ed Roudil met één carambole verbeterde. Op ruim 60-jarige leeftijd was hij in 1944 deelnemer aan het Nederlands kampioenschap ankerkader 71/2. Hij werd achtste en laatste. Dommering was erelid van de Nederlandse Biljart Bond en leermeester van onder meer de Duitse kampioen August Tiedtke.
Behalve van het Hotel Bristol in Arnhem was Dommering eigenaar van hotel Frigge en bioscoop Luxor in Groningen. In Arnhem was hij onder meer bestuurslid van de plaatselijke VVV. Hij had een internationale reputatie als hotelier en adviseerde onder andere het Waldorf-Astoria Hotel in New York. In de Tweede Wereldoorlog steunde hij het lokale verzet in Arnhem. Hij was lid van het comité Vrij Nederland. Toen twee NSB’ers een affiche met de tekst “Hier geen Joden” op een raam van zijn hotel hingen, verwijderde hij het demonstratief. Later zat hij enige tijd gevangen in Kamp Amersfoort. Na de Slag om Arnhem en de evacuatie van de stad, bleef hij in zijn hotel wonen en werkte hij samen met de Technische Nooddienst, die wijken van de stad bewoonbaar probeerde te houden. Na de oorlog was Dommering actief in Expogé, de Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen in bezettingstijd.
Dommering werd onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en met het Mobilisatie-Oorlogskruis. In Arnhem werd hij vernoemd met het Jan Dommeringpad.
Bronnen, noten en/of referenties
Jan Dommering overleden, Leeuwarder Courant, 8 oktober 1958.
Jan Dommering 1882-1958, hotelier, biljarter en verzetsstrijder, in Biografisch woordenboek Gelderland.
Witkamp, Anton en Leo van de Ruit (eindred.) De Top 500: de beste Nederlandse sporters van de eeuw. Maarssen, Premium Press (1999).
Een geschiedkundig stuk van de hand van Willy Van Leemput over de merkwaardige carambolereeks van zijn naamgenoot Marcel. Hans Vultink tekende in zijn boek, zijn kennismaking en ervaringen met Marcel Van Leemput op. Een man van wie je minstens kan zeggen dat hij recht voor de raap was…
Hans Vultink (Aalten, 13 juni 1937) is meervoudig wereldkampioen biljart. Hij werd in 1975 in Rotterdam wereldkampioen ‘ankerkader 47/1’, dankzij onder andere een wereldrecordserie van 300 caramboles. Ook in 1973 (Krefeld) en 1974 (Argentinië) pakte hij de wereldtitel. Totaal is hij 3 keer wereldkampioen, 7 keer Europees kampioen en 52 keer Nederlands kampioen geworden. Dat succes dankt deze uitzonderlijk goed biljarter voor een deel aan de Belgische beroepsbiljarter Marcel Van Leemput In het boek “Hans Vultink, Nederlands biljartambassadeur” lezen we de volgende passage: Voor het eerst in haar bestaan – zomer 1959 – zocht de Nederlandse Biljartbond een trainer voor de topspelers. Lees verder: Hans Vultink succesvol leerling van Marcel Van Leemput
Iedereen die wel eens een biljartkeu in zijn handen heeft gehad, weet hoe moeilijk het is een serie caramboles te maken. Piet van de Pol had er geen moeite mee. Hij was de eerste biljarter ter wereld die een partij in één beurt (een serie van 400!) uitmaakte.
Negenentwintig nationale, zeven Europese en twee wereldtitels schreef hij op zijn erelijst. Daarnaast was Piet trotse Rotterdammer en Feyenoord-aanhanger.
Kaderspecialist Piet van de Pol was zowel wereld- als Europees – en Nederlands kampioen
Biljartlegende
Bij ons thuis werd ook gebiljart. In de huiskamer op een klein biljart dat op de eettafel werd gelegd. Als de rest van het meubilair aan de kant was geschoven, kon het spel beginnen. Mijn vader speelde niet onverdienstelijk, regelmatig zei hij zo goed te zijn als Piet van de Pol. Ja, Piet van de Pol was een grootheid, zeg maar de Abe Lenstra van de Nederlandse biljartsport. Ik moest er aan terugdenken toen ik Van de Pol in 1989 voor het eerst ontmoette. Daarna hebben we elkaar vaker gezien, ook in zijn ‘buitenverblijf’ in Rockanje. Goede herinneringen bewaar ik aan de keren dat hij mij opzocht in het Gemeentearchief. In de hal bij mijn kamer stond een biljart. Piet vond het een fraai exemplaar, maar toch heb ik hem nimmer kunnen verleiden tot het maken van een carambole. Hij zei het spel allang te hebben afgezworen: “Als je wereldkampioen bent geweest, denken de mensen dat je altijd goed kunt blijven biljarten en dat is niet zo.” Typisch Piet zo’n uitspraak, je doet het perfect of helemaal niet. Nadat we een tijdje over zijn glorierijke tijden en zijn geliefde club Feyenoord spraken, zette Piet koers naar zijn voormalige café-biljartzaal aan de Goudsesingel. Nee, niet om te biljarten maar om te schaken.
Natuurtalent
Pieter Jacobus van de Pol werd 21 september 1907 geboren in Charlois, waar zijn vader Gerrit een café had.
Al op jonge leeftijd schotelde hij de stamgasten series van honderd voor. Hij was een natuurtalent en op zijn dertiende werd hij lid van Biljartvereniging ‘De Spil’. Later stapte Kies voor een familiebedrijf met 5 generaties ervaring hij over naar de ‘De Maasstad’. Zijn dressuur van de biljartballen was ongelooflijk. Geen toeval dat Piet zich voelde aangetrokken tot het kaderspel. Zijn deelname aan de Nederlands kampioenschappen in 1932 en 1933 leek het begin van een glorierijke sportloopbaan. Zijn eerste vrouw deelde zijn sportieve interesses echter niet. Piet respecteerde haar standpunt en borg zijn biljartkeus op. Toen zijn vrouw overleed, nam hij het spel weer op. Alsof hij niet was weggeweest, stond hij in 1939 bij het Nederlands kampioenschap kaderspel weer achter de biljarttafel. Daarna begon zijn succesverhaal. Vooral 1947 valt daarbij op. Hij won toen een wereldtitel, twee Europese titels en een Nederlands kampioenschap.
De Lange
Piet – door zijn rijzige gestalte werd hij ‘de lange’ genoemd – kon smakelijk over zijn biljartavonturen vertellen. Zoals over het WK in Buenos Aires, in 1951, toen hij oog in oog met Evita Perón stond. In mei 1958 trok hij de aandacht van de sportwereld toen hij in Gent als eerste biljarter 400 caramboles in één beurt maakte. Naast biljarter was Van de Pol ook ondernemer. Zijn biljartzaken waren achtereenvolgens in de Tidemanstraat, Ammanstraat en aan de Goudsesingel. Piet was een volbloed Rotterdammer. Op Amsterdam en Amsterdamse biljarters had hij het niet. Kwam je aan Rotterdam of zijn geliefde Feyenoord, dan kwam je aan Piet. Het wekte dan ook de nodige verbazing dat hij omstreeks 1961 een huis in Rockanje kocht. Aanvankelijk gingen hij en zijn Amsterdamse(!) Fie de Hollander – met wie hij in 1942 was getrouwd – alleen op vrije dagen naar de badplaats. In 1970 vestigden zij er zich met hun twee zoons definitief. Niet dat hij daarmee Rotterdam had afgezworen. Integendeel, wekelijks was hij in de Maasstad te vinden. Bijvoorbeeld, om een partijtje schaak te spelen in zijn vroegere zaak – inmiddels ‘Imperator’ geheten – of om de wedstrijden van Feyenoord te bezoeken.
Thuis in Rockanje hadden zijn dieren – van wat voor pluimage dan ook – een goede vriend aan hem.
Alles bereikt
Hij sloot zijn sportieve loopbaan in 1967 af. Hij vond het welletjes.
Bovendien had hij alles bereikt wat mogelijk was. Ontelbare records en grote titels.
Piet van de Pol overleed in 1996. Net als hijzelf altijd deed, zou je over hem nog uren kunnen vertellen. Over zijn humor en perfectionisme, zijn Feyenoord, de gelijknamige biljartclub in Zeddam of over zijn vriendschappen met andere sporters. Verhalen die je doen terugdenken aan een uniek mens. Goed dat we door middel van zijn handafdrukken in de tegels op de boulevard van de Schiedamsedijk en de singel die zijn naam draagt in Nieuw Terbregge nog dagelijks worden herinnerd aan de grote biljartkampioen die hij voor Nederland en Rotterdam is geweest.