H.C.L. Wenning – het driebandenspel (1936)

H.C.L. Wenning - Het driebandenspel (1936)
H.C.L. Wenning – Het driebandenspel (1936)

Dit boekje is een appendix van „Het Biljartspel”, dat in Mei 1928 van mijn hand is verschenen bij de uitgevers G. B. van Goor Zonen.
Sedert is de Driebandenpartij allengs tot een der meest gespeelde partijen van dat spel gaan behooren en daar in Nederland daarvoor geen enkele handleiding bestaat, die den beginner den goeden weg aangeeft en het aantal deskundige leeraren uiterst gering is, kwam het mij wenschelijk en nuttig voor te wijzen op de elementaire eischen, waaraan moet worden voldaan om een meer dan middelmatig speler te worden.
De gegevens zijn ontleend aan het veelgeroemd boek van wijlen prof. Adorjan, getiteld „Todos los secretos del Billar”, waarin hij „Los golpes de tres bandas antes” beschrijft, en voorts aan mijne verspreide beschouwingen over dit onderwerp in het maandblad Club Kroniek. Lees verder: H.C.L. Wenning – het driebandenspel (1936)

Murat Tüzül – Billiard systems

Murat Tüzül - Billiard systems
Murat Tüzül – Billiard systems

Het boek bevat illustraties met daarbij summiere uitleg over driebanden in 6 talen, waaronder het Nederlands.

Bij het plus systeem is de volgorde van de banden beginnend met de band waarvan vertrokken wordt:

Lang Kort Lang.

Bij Tüzül is de volgorde: Kort Lang Kort.

Systemen met deze volgorde van banden zijn zeldzaam.

Ook de mogelijkheid om de berekeningen aan te passen aan het biljart zijn uniek.

Goedgekeurd door Torbjörn Blomdahl and Semih Sayginer. Dit boek is geschreven in 2 delen: Tüzül Systems (english) en Tüzül Systems (dode bal).

  • Auteur: Mürat Tüzül (Turkije)
  • Talen: Duits, Engels, Spaans, Frans, Nederlands en Turks
  • Pagina’s: 146 (kleur en zwart/wit)
  • Afmetingen: 23.5 x 18.5 cm
  • Jaar van uitgifte: 2003
  • Uitgever: Francis Productions, Rotterdam
  • ISBN: 90-75352-38-7

Frédéric Caudron – Biljart in ontwikkeling (driebanden)

Frédéric Caudron - Biljart in ontwikkeling (driebanden)
Frédéric Caudron – Biljart in ontwikkeling (driebanden)

Het boek bestaat globaal uit drie delen.

De techniek van afstoot en gedrag van de ballen.

Het overgrote deel bestaat uit stootvoorbeelden, beginnend bij fundamentele stoten op positiespel.

Tot slot komt het gedeelte betreffende systemen door Frans van Kuyk.

Al met al, een mooi verzorgd boek met prachtige illustraties.

Jean Verworst – Berekend biljarten (1987)

Jean Verworst - Berekend biljarten (1987)
Jean Verworst – Berekend biljarten (1987)

Jean Verworst heeft in de jaren 80 menig biljartspeler van wereldniveau zijn puntensysteem bijgebracht.

In zijn prachtige boek heeft hij alles haarfijn uitgelegd aan de hand van begrijpelijke diagrammen en uitleg.

Een must voor iedere driebandenliefhebber of gevorderde!

Jean Verworst publiceerde zijn boek Berekend Biljarten 10 jaar nadat Raymond Ceulemans zijn boek Mister 100 (1979) uitgaf.

Lastig boek om te gebruiken maar er staat veel informatie in. Hij heeft de term “Puntensysteem” ingevoerd.

tekeningen: Jean Verworst (Lier België)
Druk: Verdonckt NV Essen
1987 1e druk
Harde kaft, 241 pagina’s, waarvan 170 met voorbeelden.

Keu vasthouden

voorhand-01Er zijn vele manieren om de biljartkeu vast te houden. De uitgangspositie is de vlakke hand die op het biljart ligt. Een andere uitgangspositie is uw wijsvinger de biljartkeu te laten omvatten terwijl de de top van de keu rust op de duim (Centrale brug). Voor weer een andere uitgangspositie schuift u uw middelvinger onder de biljartkeu door.

 

 

centrale brug
De brug waarbij de speelbal op de horizontale hartlijn wordt geraakt
Lage afstoot met platte keu
Lage afstoot met platte keu

Lees verder: Keu vasthouden

Driebanden

3-banden-01Het driebandenspel kan, evenals bij het librespel, zowel op de grote als op de kleine tafel worden gespeeld.

Evenals bij het bandstoten ontbreken bij het driebanden de lijnen op het speelvlak.
Bij het driebanden is een carambole pas geldig nadat de speelbal ten minste drie banden heeft geraakt vóórdat die bal de derde bal raakt. Het mag uiteraard ook driemaal dezelfde band zijn. Het raken van de banden mag dus geschieden op elk moment vóór of na het raken van de tweede bal, mits dat raken maar gebeurt vóór het raken van de derde bal.
Ook hier geldt dus dat het gelijktijdig raken van de band en bal drie in strijd is met de reglementen en dus geen geldige carambole oplevert.

arbitrage-driebanden-01 Lees verder: Driebanden

Arbitrage

We leggen hier de verschillende spelsoorten uit.

Bron: o.a. Handboek Arbitrage 2011 K.N.B.B.

Handboek Arbitrage

De Voorbereiding

arbitrage-handboek-01

Voordat een partij kan beginnen moet er nogal wat gebeuren.
Van elke arbiter wordt verwacht dat hij:

  • op tijd aanwezig is;
  • zorgt dat de vastgestelde aanvangstijden worden aangehouden;
  • zo nodig zelf de ballen gaat halen bij de wedstrijdleiding en controleert of dezegoed zijn verzorgd;
  • controleert of het biljart goed schoon is en dit zo nodig laat reinigen;
  • controleert of de acquits goed zijn aangebracht;
  • controleert of de eventueel noodzakelijke lijnen zo dun mogelijk, doch goed zichtbaar, op de juiste plaats zijn aangebracht, of zo nodig laat aanbrengen;
  • zich voorstelt aan de beide spelers vóór dat de partij begint. Dit in tegenstelling tot de gewoonte van velen om dit pas te doen vlak voordat de spelers met de keuzetrekstoot willen beginnen. Dat is te laat. Als men elkaar niet kent dan dient de arbiter ruim voordat de partij begint, bijvoorbeeld tijdens het in elkaar schroeven van de keu, de speler een hand te geven en zich voor te stellen. Als dit later gebeurt, dan wordt daardoor de concentratie van de speler onderbroken. Het is juist uw taak om er voor te zorgen dat niets de concentratie van een van beide spelers verstoort.
  • vóór de partij kennis maakt met de schrijver en de bordenist en hen het gevoel geeft dat zij erbij horen;
  • de schrijver instrueert, dat hij op het juiste moment moet melden: “en nog vijf” (voor het driebanden “en nog drie”) en hem er duidelijk op wijst dat de getallen vijf of drie duidelijk verstaanbaar moeten zijn. Het uitspreken van uitsluitend “en nog…” is beslist fout;
  • er op toeziet dat de bordenist op het reglementair juiste moment de beurten van de spelers op het scorebord aangeeft;
  • in het bezit is van een loep, een wit potlood met een scherpe punt en een schone witte zakdoek.

 

    De tekening geeft de indeling, de acquits, de benaming van de acquits en de banden aan. De gestippelde lijnen zijn denkbeeldige lijnen.

Het begin van de partij

Lees verder: Arbitrage

Driebanden

3-banden-01Hier is de carambole geldig wanneer de speelbal tenminste drie banden raakt alvorens de laatste bal geraakt wordt.
Voor het bepalen van de looplijnen bestaan er verschillende berekeningssystemen die gebruik maken van de merktekens (diamanten) die op de omlijsting aangebracht zijn.
Het bekendste systeem is waarschijnlijk het zogenaamde diamondsysteem.
Dit systeem bestaat er in grote lijnen in, dat aan de diamonds een bepaalde waarde wordt toegekend. Met een rekensysteem kan dan, uitgaand van de waarde van de positie van de speelbal en de waarde van de positie van het vereiste eindpunt, de vertrekstootrichting bepaald worden om de carambole te kunnen maken.
Een van de moeilijkheden bij driebanden is het vermijden van de klots, dit is het tegen elkaar botsen van de ballen wanneer hun loopbanen elkaar kruisen.

Voor volledige uitleg en arbitrage zie: reglementen bandstoten

Jerry Hermans doet routine op

Jerry Hermans
Jerry Hermans

Heeft u wel eens van Jerry Hermans gehoord? De Brabantse arbiter Erik van Woerkom gaf onlangs een tip: ,,Kijk maar uit, dat wordt een prachtige biljarter. Hij is gestopt met voetballen en speelt nu al vaak partijen rond de 1 gemiddeld driebanden.”
Jerry Hermans (van De Eekhoorn in Oosterhout): een naam om te onthouden dus.
De 23-jarige Brabander heeft zijn voetbalcarriere ingeruild voor ambities op het biljart en heeft inderdaad in zeer korte tijd veel progressie gemaakt. Lees verder: Jerry Hermans doet routine op