Handwerk
Heel vroeger zijn biljartballen met de hand gemaakt. Tegenwoordig doet een machine het werk (daarover straks wat meer). De eerste biljartballen waren van hout. Het spel (aanvankelijk een soort croquet) werd toen nog buiten gespeeld. Nadat biljarten eenmaal een binnensport werd – midden 16e eeuw – kwamen de ivoren ballen.
Biljarten was toen vooral een spel voor de gegoede stand. Koningen waren er dol op. Biljarten werd daarom ook wel eens het ‘spel der koningen’ genoemd.
Ivoor
Maar terug naar de bal. Ivoor, of elpenbeen, is een natuurlijk product. Het gaat om het been uit de slagtanden van olifanten. Ivoor is dus zeldzaam en daardoor erg duur. Fabrikanten van biljartballen zijn daarom al vroeg op zoek gegaan naar betaalbare alternatieven. In 1863 werd er zelfs een wedstrijd voor uitgeschreven. Ene John Wesley Hyatt greep die wedstrijd aan om een stabiel plastic te maken. Na zes jaar experimenteren kwam hij met een biljartbal van kunststof, celluloid genoemd.
Toen Hyatt aan zijn klus begon, bestonden er al enkele kunststoffen zoals eboniet en parkesine. Maar erg bruikbaar voor het maken van biljartballen waren die plastics niet.
Hars
Hyatt maakte zijn biljartbal van gomhars, dat uit de bast van bomen werd gewonnen, en een ander natuurlijk plastic dat gemaakt werd van de afscheiding van de schellakkever en houtmeel. De bal werd bedekt met collodium, een oplossing van cellulose-nitraat en alcohol. Het collodium vormde, omdat het snel droogde, een dun filmlaagje om de bal.
Explosief
Maar de biljartbal van Hyatt had echter één nadeel: cellulose-nitraat is zeer explosief.
Op het moment dat de ballen elkaar bij het biljarten raakten, zouden ze kunnen exploderen. Gelukkig slaagde Hyatt erin zijn eigen vinding te verbeteren. In 1870 ontdekte hij dat kamfer een prima oplosmiddel was om het explosiegevaar van cellulose-nitraat op te heffen. Vanaf dat moment kon er volop met de kunststof celluloid gewerkt worden. Natuurlijk werd het maken van kunststof in de jaren daarna nog sterk verbeterd, maar de biljartbal wordt nog steeds van kunsthars gemaakt.
Fabrieksgeheim
Hoe precies een biljartbal wordt gemaakt wil de Belgische biljartballenfabrikant Aramith niet zeggen. Fabrieksgeheim dus. Maar het maken van een goede biljartbal duurt bijna 25 dagen. De bal moet namelijk perfect rond zijn. Aramith maakt duizend verschillende ballen, voor elke biljarttak (o.a. carambole, snooker, pool en eightball) is er een aparte bal.
Goedkoop
Zo’n biljartbal van kunststof blijkt overigens niet alleen goedkoper, maar bovendien ook beter te zijn dan zijn ivoren voorganger. Ivoor is namelijk gevoelig voor temperatuurschommelingen, kunststof niet. Overigens moet een bal volgens de Nederlandse biljartbond een diameter hebben van 61 tot 61,5 millimeter en een gewicht tussen de 205 en 220 gram.
Slijtage
Door het rollen over het laken slijten de ballen, ongeveer 1,5 millimeter per jaar. Een biljartbal gaat daarom ongeveer vijfhonderd speeluren mee.

De Officiële Aramith Ball restorer van Saluc SA.

Het is een algemeen erkende waarheid, dat op een goede tafel met slechte ballen geen resultaten te boeken zijn, maar goede prestaties op een slecht biljart met goede ballen – dat is nog wel mogelijk!
Goede ivoren biljartballen worden gedraaid uit de slagtanden van de wijfjesolifant. Het ivoor van de slagtanden van de mannetjesolifant is hard en zwaar en weinig elastisch en daardoor kunnen er geen ‘gevoelige’ ballen uit worden gedraaid. Het ivoor van de wijfjesolifant daarentegen is zacht, licht en elastisch en dit is dan ook het ivoor dat bij uitstek geschikt is voor het fijne, subtiele biljartspel en dat men in de kringen van de goede wedstrijdspelers betitelt met ‘Zanzibar léger’, dat wil zeggen, licht Zanzibar-ivoor. Velen spreken er hun verwondering over uit, dat er jaar in jaar uit nog zoveel olifanten geschoten kunnen worden om aan de ontzaglijke vraag naar ivoren ballen te kunnen voldoen. Over de gehele wereld toch wordt het biljartspel beoefend en er zijn jaarlijks (ondanks de stijgende vraag naar ballen van kunstprocedé) zoveel ivoren biljartballen nodig, dat de olifant vermoedelijk al lang zou zijn uitgeroeid, indien dat waar was dat uitsluitend ten behoeve van de vraag naar biljartballen op olifanten werd gejaagd. Dit is daarom net het geval omdat, ballen gedraaid uit tanden van een geschoten olifant, ten gevolge van de zogenaamde natuurlijke sappen, die zich in het verse ivoor bevinden, voor het biljartspel ongeschikt zijn. De slagtanden waarvan de biljartballen worden gemaakt, worden op bepaalde plaatsen opgegraven. Men haalt ze uit zogenaamde olifanten-kerkhoven, dus van plaatsen waar, wie weet hoe lang geleden en door welke oorzaken dan ook, enorme kudden olifanten de dood vonden. En nu is het merkwaardig dat zelfs opgegraven tanden, die dus oeroud kunnen zijn, voor direct gebruik nog geen biljartballen opleveren die voor eerste klasse biljartspel geschikt zijn.
De daaruit ruw gedraaide ballen moeten eerst nog ongeveer drie jaar in een zogenaamde droogkamer liggen; dan pas kunnen er wedstrijdballen van worden gemaakt.
In ca. 1750, nadat twee eeuwen lang houten ballen waren gebruikt, deden ivoren ballen hun intrede in het biljartspel. Tegen het einde van de 19e eeuw kreeg de ivoren bal concurrentie van de kunstballen. Men vervaardigde onder andere ballen van papier-maché (zwaar geperst papier), die aan de goede spelers geen bevrediging schonken. Ook zag men biljartballen met een stenen kern en een bedekking van celluloid. Deze gaven slechts zeer matige bevrediging. Toen kwam de bal van kunsthars, de zogenaamde glazen bal, waarmee men goed kon trekken, maar minder goed piqueren en masseren. Deze kunstballen, waarvan Duitsland een grote leverancier was heeft men in de 20e eeuw zeer geperfectioneerd; men heeft ze thans met dezelfde soortelijk gewicht als ivoor en ze bieden vele voordelen.




