U kent het wel, u legt aan voor een uiterst moeilijke bal die aan de overkant van de tafel ligt, en u kijkt of tegen de bovenkant van uw montuur aan of u kijkt over u bril heen waardoor de kans dat deze bal raak gaat al met 50% is verminderd. Door een comfortabel aluminium lichtgewicht montuur zonder randen om het glas behoort dit tot de verleden tijd. Lees verder: Biljartbril
Iedere biljarter heeft een ‘eigen’ afstoot. Deze komt tot stand doordat de speler met zijn stootarm- en hand de keu tegen de speelbal ‘stoot’ . De snelheid waarmee de keu de bal raakt bepaalt grotendeels de loop van de speelbal. De achterhand, de pols, de onderarm en in mindere mate de bovenarm maken eerst een achterwaartse beweging om daarna de ongeveer 500 gram wegende keu tegen de speelbal (200 gram) voorwaarts te stoten (zie tekening).
Op het eerste gezicht lijkt dit voor alle spelers hetzelfde, maar schijn bedriegt. Sterker nog iedere speler heeft zijn eigen karakteristieke afstoot! Want de combinatie van hand, pols, onderarm genereert een slingerbeweging die zeker niet lineair is en vaak van afstoot tot afstoot zal verschillen. Dit komt het beste tot uiting bij de trekstoot: hoe meer versnelling nog aanwezig is in de afstoot als de pomerans de speelbal treft hoe groter het ’trekeffect’ op de speelbal: Lees verder: Techniek van de afstoot
Het kan weleens voorkomen dat er iets gebeurt waardoor je even niet meer voldoende scherp bent. Dan is een foutje gauw gemaakt. De vorige aflevering, over het begin van een partij, bracht een lezer er toe mij over het volgende voorval te schrijven.Lees verder: Een begin met valkuilen